Senioren doen vaker beroep op sociaal netwerk

Christel 5 januari 2016
Senioren doen vaker beroep op sociaal netwerk

Hoewel mensen zich beter voorbereiden, spelen overmoed en zelfoverschatting de vorming van een sociaal netwerk nog altijd parten, zo blijkt uit ANBO-onderzoek onder ruim 8.000 senioren.

Uit de 2e editie van het onderzoek ‘Eigen Regie en Zelfredzaamheid’ blijkt dat senioren met één of meer aandoeningen, in vergelijking met vorig jaar, vaker een beroep kunnen doen op hun kinderen, vrienden of buren. Daarnaast zegt een kwart van de respondenten geen aanspraak te kunnen maken op hun netwerk, terwijl dit vorig jaar nog een derde was. “Cultuur is cruciaal, en blijkbaar wennen mensen aan het idee dat ze eerst hun netwerk inzetten. Toch is er nog werk aan de winkel: gezonde mensen overschatten de mogelijkheden van het netwerk. Mensen met een aandoening, en zeker een chronische, zijn realistischer en weten dat hulp vragen heel moeilijk is. De aandacht voor het vormen en onderhouden van een sociaal netwerk mag niet verslappen”, zo zegt Liane den Haan, directeur-bestuurder van seniorenorganisatie ANBO.

Blijven investeren
Den Haan: “In vergelijking met vorig jaar zeggen de ondervraagden zo’n tien procent vaker een beroep te kunnen doen op hun kinderen, vrienden en buren wanneer zij hulp nodig hebben. Men doet vaker éérst een beroep op het sociale netwerk voordat men professionele hulp inschakelt. Maar we zijn er nog niet. We horen vaak genoeg verhalen dat mensen geen hulp durven te vragen, omdat ze bang zijn iemand tot last te zijn. We moeten dus blijven investeren in die cultuurverandering.” Vorig jaar pleitte ANBO voor het opnemen en onderzoeken van het wel of niet hebben van een sociaal netwerk bij het geven van een zorgindicatie. Ondanks de positieve ontwikkeling is ANBO nog steeds voorstander van het laten vastleggen van het wel of niet hebben van een sociaal netwerk in het keukentafelgesprek dat gemeenten doen op grond van de Wmo.